Op deze pagina schrijf ik over mijn ervaringen met filosofie in de praktijk, zoals in de gevangenis, in het hoger onderwijs en met kinderen. Daarnaast schrijf ik over mijn activiteiten binnen het Effectief Altruïsme.


Waarom filosofie in de praktijk?

Mijn inspiratie om te filosoferen in de praktijk ontleen ik aan filosofen van wie ik zelf les heb gehad. Dit zijn: Henk Oosterling, Awee Prins, Aetzel Griffioen en Richard de Brabander. Verder heb ik mij laten inspireren door Hannah Arendt, die stelt dat het van belang is na te denken over wat we doen (in de reflectieve, contemplatieve en politieke zin van het woord)  en daarover van gedachten te wisselen. Dit vereist voor haar een publieke ruimte waarin pluraliteit gewaarborgd wordt, hetgeen wil zeggen dat niemand buitengesloten mag worden hiervan. Wanneer we dit niet meer doen, vreest Arendt, worden we passief en gedachteloos en daarmee onkritische burgers die niet (langer) nadenken over de goed- of slechtheid van onze handelingen. Zij zijn mij voorgegaan in het filosoferen in het hoger onderwijs, in de gevangenis en met kinderen.

Filosofie helpt ons met het ontwikkelen van een aantal vaardigheden, zoals: kritisch en breder nadenken; het stellen van de juiste vragen, gedachten onder woorden brengen, het aandragen van verklaringen vanuit meerdere perspectieven, helpt bij het vinden en formuleren van argumenten en verantwoordingsmogelijkheden, omgang met ethische dilemma’s, feiten scheiden van interpretaties, omgaan met ethische dilemma’s, logisch nadenken, onderzoekend vermogen, vergroot je inschattingsvermogen bij het signaleren, leert welke mensbeelden schuilgaan achter (sociale) wetenschappen, maar ook maatschappelijke opvattingen, omgaan met normativiteit, gevoeligheid voor Verschillen en de Ander, sterkt reflectief denkvermogen, stelt je in staat verborgen aannames te ontdekken, kennis te verantwoorden en levert een verbeterde houding in dialogen en discussies aan te nemen. Het is mijn overtuiging dat dit voor iedereen betekenisvol kan zijn in het lezen.

Tijdens filosofische bijeenkomsten probeer ik te laten zien hoe filosofie ons kan helpen een lenigheid van denken te ontwikkelen die zowel voor ons persoonlijk als in het bredere leven zinvol kan zijn. Filosofie is behalve heel diep ook heel mooi en leent zich bovendien uitstekend voor praktische toepassingen. In de woorden van de grote filosoof Immanuel Kant (1724-1804): “Er is niets praktischer dan een goede theorie.” Op deze pagina zal ik terugblikken en reflecteren op de invulling van wat ik zie als mijn taak als filosoof in de praktijk.


Aan de bak in de bak

Sinds januari 2017 ben ik filosofisch en gedachtewisselend aan de bak in de bak. Dit doe ik omdat ik het als mijn taak zie ‘filosofie overal naartoe te brengen’ (ontleend aan de filosoof Awee Prins) en bij te dragen aan een filosofische gedachtenwisseling die zodanig pluralistisch is dat ook de Ander, de buitengeslotene geïncludeerd wordt. Mensen in detentie zijn per definitie dat, aangezien ze – stelt men (ergens abusievelijk) – buiten de samenleving staan, wat ze geen onderdeel maakt van een publiek debat, hetgeen ze politiek uitgeslotene maakt. De inspiratie dit te doen haal ik bij mijn grote voorbeelden Henk Oosterling, Awee Prins, Aetzel Griffioen en Richard de Brabander, om wat namen te noemen van mensen waar ik zelf les van heb gehad en die ook in de gevangenis hebben gefilosofeerd. Daarnaast heb ik mij laten inspireren door Hannah Arendt, die stelt dat het van belang is na te denken over wat we doen (in de reflectieve, contemplatieve en politieke zin van het woord)  en daarover van gedachten te wisselen. Dit vereist voor haar een publieke ruimte waarin pluraliteit gewaarborgd wordt, hetgeen wil zeggen dat niemand buitengesloten mag worden hiervan. Wanneer we dit niet meer doen, vreest Arendt, worden we passief en gedachteloos en daarmee onkritische burgers die niet (langer) nadenken over de goed- of slechtheid van onze handelingen.

Volgens onderzoeken, maar ook van wat ik heb vernomen van gedetineerde, sorteert filosofie in de gevangenis allerlei wenselijke effecten (hetgeen ook geldt, overigens, ook voor de ontwikkeling van kinderen). Wat het fijne met filosofie is - geeft men aan - is dat je niet als iemand met een probleem wordt benaderd zoals door psychologen en hulpverleners; als een gedetineerde die behandeld moet worden. Met filosofie kan men gewoon nadenken over ideeën en kijken welke filosoof verfrissende reflecties heeft. Het helpt bovendien bij het (her)uitvinden van iemands identiteit, het ontwikkelen van betere luistervaardigheden en het vermogen gedachten onder woorden te brengen en die van anderen daartoe op compassievolle wijze te verhouden.

De filosofie helpt daarnaast met het ontwikkelen van een aantal vaardigheden, zoals: kritisch en breder nadenken; het stellen van de juiste vragen, gedachten onder woorden brengen, het aandragen van verklaringen vanuit meerdere perspectieven, helpt bij het vinden en formuleren van argumenten en verantwoordingsmogelijkheden, omgang met ethische dilemma’s, feiten scheiden van interpretaties, omgaan met ethische dilemma’s, logisch nadenken, onderzoekend vermogen, vergroot je inschattingsvermogen bij het signaleren, leert welke mensbeelden schuilgaan achter (sociale) wetenschappen, maar ook maatschappelijke opvattingen, omgaan met normativiteit, gevoeligheid voor Verschillen en de Ander, sterkt reflectief denkvermogen, stelt je in staat verborgen aannames te ontdekken, kennis te verantwoorden en levert een verbeterde houding in dialogen en discussies aan te nemen. Het is mijn overtuiging dat dit voor iedereen betekenisvol kan zijn in het lezen.

Tijdens de bijeenkomsten probeer ik te laten zien hoe filosofie ons kan helpen een lenigheid van denken te ontwikkelen die zowel voor ons persoonlijk als in het bredere leven zinvol kan zijn. Filosofie is behalve heel diep ook heel mooi en leent zich bovendien uitstekend voor praktische toepassingen. In de woorden van de grote filosoof Immanuel Kant (1724-1804): “Er is niets praktischer dan een goede theorie.” Op deze pagina zal ik terugblikken en reflecteren op de invulling van wat ik zie als mijn taak als filosoof in de gevangenis.

In de gevangenis begonnen we met het bespreken van het boek Homo Deus van de auteur Yuval Noah Harari. In dit boek geeft Harari enkele wijsgerig antropologische speculaties over de toekomst van de mens, met als doel dat hij zij die daar over lezen onderdeel gemaakt worden van het debat. En waarom zou men niet mensen die vastzitten ook onderdeel maken van dit debat. Immers, hoe meer mensen hierbij worden geïncludeerd, hoe rijker het debat mogelijk wordt. Welke richting de toekomst zou moeten opgaan, was onderwerp van interessante dialogen. De humaniserende werking hiervan is dat we zien dat gedetineerden net als anderen zich bekommeren om de toekomst en hopen dat de huidige wereld beter wordt. Hierover van gedachten wisselen, zien we zo, is ook in een context als deze belangwekkend.

Na het lezen van Harari, zijn we dieper de filosofie ingedoken door toegankelijke inleidingen te lezen op de filosofie, zoals Plato and Platypus Walk into a Bar van Daniel B. Klein, waar de verschillende disciplines die de filosofie kent met humor worden uitgelegd. Bij het bespreken van filosofische kwesties, blijken de deelnemers soms analogieën te maken met sciencefiction films. Dit bracht ons op het idee een inleiding in de filosofie te lezen die filosofie uitlegt aan de hand van sciencefiction, via het boek The Philosopher at the End of the Universe, van Mark Rowlands.

Mijn recensies van al deze boeken zijn te vinden op mijn goodreads (zie de tab: over mij).

Bij het behandelen van Harari en de inleidingen op de filosofie, merkten we dat er vooral een diepe interesse is naar niet alleen kentheoretische vragen (de vraag: wat kunnen we weten?), of ethische vraagstukken (wat moeten we doen), maar vooral ook politiek-filosofische vragen. We bedachten dat gezien deze interesse, het behandelen van het boek The Human Condition van de filosofe Hannah Arendt passend zou zijn. Hiermee zijn we begonnen in oktober in 2019 en hieronder zal ik middels reflecties stilstaan bij deze bijeenkomsten.



Wijsgerige pedagogie: filosoferen met kinderen

Sinds 2018 filosoof ik met kinderen via de stichting Rotterdam Vakmanstad.  Rotterdam Vakmanstad heeft middels een extracurriculair programma in het onderwijs als doel kinderen beter te leren zorgen voor henzelf, anderen en de wereld. De kinderen krijgen in die hoedanigheid technieklessen aangeboden, tuinlessen, kooklessen, judo- en aikido-lessen en filosofie.  Hieronder zullen op termijn mijn ervaringen daarmee te lezen zijn.

Gedurende een van de eerste lessen van het jaar behandelde ik met kinderen van groep 3 de vraag 'wanneer is iemand lief' of 'wanneer is iemand stout'? Dit deden we aan de hand van een zogenoemde filosofische stimulus, zoals gebruikelijk. Dit was ditmaal een verhaal geschreven door mijn collega Miriam Polster. Het verhaal gaat over een kabouter die de toverstaf en toverboek van een heks steelt die zijn kabouterdorp bedreigt. Vervolgens was de vraag of de kabouter stout is, of lief. Antwoorden varieerden van kinderen die hem toch wel stout vinden dat hij stal, maar niet slecht was, tot dat hij wel stout is, maar dat omdat de heks nog stouter is hij wel van haar mag stelen om zijn mede-kabouters te redden. De algemene vraag hierbij was: mag je stelen, of iets doen wat niet mag, wanneer je dat doet om anderen te redden, en als bovendien degene van wie je steelt 'slecht' is. Een van de kinderen kwam met de opmerking dat de kabouter alleen de 'slechte' spullen van de heks moet stelen, omdat ze daar slechte dingen mee kan doen, maar de rest moet laten staan. Hierna hadden we een filosofische oefening aan de hand van plaatjes met de vraag wie stout en wie lief is en waar dat dan aan is te zien, of juist niet.


Effectief Altruïsme

Effectief Altruïsme is een sociale en filosofische beweging die probeert te achterhalen wat de meest urgente problemen zijn in de wereld, en hoe we die met de ons beschikbare tijd en middelen zo goed mogelijk op kunnen lossen. Het centrale doel daarbij is het geluk voor zoveel mogelijk bewuste wezens te vergroten, dan we het opheffen, verlichten of voorkomen van zoveel mogelijk leed. Het heeft daarom als ethische onderstroom het utilitarisme als ethisch gedachtegoed ten grondslag. Effectief Altruïsten maken gebruik van rationaliteit en wetenschappelijk bewijs om te achterhalen hoe we een zo groot mogelijke, positieve sociale impact kunnen hebben met de ons beschikbare tijd en middelen. Het kijkt daarvoor aan de hand van een zeker theoretisch raamwerk naar de problemen in de wereld, zowel betreft huidig leed bij mensen, maar ook dieren en daarnaast (mogelijk) toekomstig leed door zogenoemde existentiële risico's, dat wil zeggen: gevaren en risico's ten aanzien van onze beschaving. Te denken valt dan aan kunstmatige intelligentie, klimaatopwarming, epidemieën, nucleaire en bio-dreigingen. Effectief Altruïsme hanteert een aantal criteria om te kijken of er gewerkt moet worden aan een bepaald doel of een bepaalde kwestie, namelijk: hoe groot is het probleem in omvang (hoeveel mensen en/of dieren worden door dit probleem geraakt, nu en in de toekomst)? Gaat het om een relatief genegeerd probleem (hoeveel ruimte is er om goed te doen op dit vlak)? En: in hoeverre is na te gaan of werken aan dit probleem werkelijk effect sorteert? Een effectief altruïst gaat vervolgens na hoe zij/hij een bijdrage kan leveren met haar/zijn geld, carrière en persoonlijke levensstijl keuzes zodra zij/hij heeft uitgekozen aan welk probleem zij/hij het liefst werkt op basis van diens waarden en andere persoonlijke eigenschappen en vaardigheden.

Voor deze beweging ben ik sinds 2013 actief. Ik kwam achter het bestaan van Effectief Altruïsme gedurende mijn eerstejaars bachelor voor filosofie, waarbij we in het eerste blok een vak over ethiek geven. Een van de stromingen die we behandelden, het utilitarisme, liet de professor een van de aanhangers zien, namelijk Peter Singer, degene die wordt beschouwt als de intellectuele voorloper op effectief altruïsme. Voor deze organisatie organiseer ik sinds 2013 informele bijeenkomsten, lees- en discussieavonden en presentaties in en buiten Rotterdam en neem zelf deel aan activiteiten die buiten mij om worden georganiseerd, zoals congressen, lezingen en workshops in en buiten Nederland. Sinds 2013 sta ik ongeveer tussen de 10 en 20% van mijn inkomen af aan goede doelen die door onafhankelijke organisaties (zoals Givewell en Animal Charity Evaluators) als effectief worden gezien, (zoals The Against Malaria Foundation en The Humane League).

De voorlaatste bijeenkomst heb ik in oktober 2019 bijgewoond en had betrekking op dierenwelzijn. Gedurende dit evenement was er een medewerkster van Animal Charity Evaluators (ACE) aanwezig om een presentatie te geven over hoe we zoveel mogelijk goed kunnen doen voor dieren. Ter sprake kwam dat er ongeveer 185 triljoen dieren jaarlijks worden geslacht voor consumptie, waarvan 60% gefokte vissen zijn, 38% gevogelte en 2% overig. Volgens andere onderzoeken worden er jaarlijks ongeveer 55 miljard dieren (die op het land leven) geslacht voor consumptie.  ACE probeert te achterhalen hoe we zo effectief mogelijk zoveel mogelijk dierenleed kunnen opheffen. Dit doen ze door bedrijven aan te sporen humaner met hun dieren om te gaan, maar ook door het bevorderen van clean meat (vlees artificieel geproduceerd in het lab) als alternatief op vlees en mensen aan te sporen over te stappen op een plantaardig dieet, dat ook wordt gezien als een effectieve maatregel tegen klimaatopwarming.  In die hoedanigheid bevelen ze goede doelen aan die volgens hun onderzoek het meeste (potentiële) effect hebben op dierenwelzijn.